Al ver voor de Christelijke jaartelling kende men de meloen. De meningen over het exacte tijdstip van ontstaan liggen ver uiteen: 1000, misschien zelfs 4000 jaar voor Christus. Ook de Grieken en de Romeinen waren al bekend met de meloen. In de 15e eeuw bracht Karel VIII de meloen mee uit Italië. Er bestaan meer dan 70 verschillende meloensoorten. De watermeloen is er daar één van. Deze meloen is van half februari tot begin september beschikbaar uit Spanje, Panama en Honduras.
Watermeloenen zijn grote, ronde tot ovale vruchten met een lichtgroene tot groen gestreepte harde schil. Het vruchtvlees is lichtroze tot donkerrood van kleur. Watermeloenen zijn knapperig en zeer sappig. Ze bestaan niet voor niets voor 93% uit water. De watermeloen heeft een knapperige structuur met vrij grote, harde, donkerbruine zaden.
Een meloen hoort stevig aan te voelen, de vrucht mag geen zachte plekken vertonen. Bovendien moeten meloenen er gaaf uitzien. Watermeloen is rijp als hij hol klinkt wanneer er op geklopt wordt. Controleer de kwaliteit door te kijken, te ruiken en te voelen.
Consument: Bewaar watermeloen altijd in de koelkast. Zo is de meloen een aantal dagen houdbaar.
AGF-specialist: Bewaar watermeloenen bij een temperatuur van 5 °C. Ze zijn dan afhankelijk van hun mate van rijpheid een week houdbaar.
Snijd de meloen door en verwijder de pitten. Eet meloen uit de schil of snijd het vruchtvlees van de schil af.
De watermeloen is flauwzoet van smaak met vrijwel geen aroma. De meloen is zo te eten uit de schil of geschild en in blokjes gesneden. Meloen wordt veel gebruikt als dessert, in een fruit- salade, door de yoghurt of bij ijs. Leg de meloen voordat hij genuttigd wordt in de koelkast, hierdoor smaakt hij lekker fris.