Bas Feijtel, eigenaar van Feijtel Fruit in het Zeeuwse Wemeldinge, is een perenteler pur sang. Maar ik heb me naast de teelt ook altijd ook bekommerd om zaken die van meer maatschappelijke aard. Je moet weten wat er buiten het bedrijf gebeurt, om daar intern de goede dingen mee te kunnen doen.
Ik heb mijn bedrijf in 1994 opgericht, nadat ik mijn studie in Wageningen had afgerond. Mijn ouders hadden al een fruitbedrijf, maar ik wilde op eigen benen iets van de grond krijgen. In 2003 hebben we beide bedrijven samengevoegd en in 2010 ben ik alleen doorgegaan. Vanaf dat jaar ben ik fulltime fruitteler. We hebben 32 hectare aan hardfruit staan. Voornamelijk Conference, Lucas en Sweet Sensation. Maar zoals ik al zei, ik heb er altijd iets bijgedaan. Dat houdt de geest fris. Zo was ik jaren provinciaal secretaris bij LTO Nederland.
De perenteelt is erg seizoensgebonden. Er zijn vaste pieken en dalen in de werkzaamheden. In de nazomer oogsten we, in januari is het snoeitijd. April is de maand waarin we het gewas verder verzorgen en vanaf mei staan de bomen in bloei. In juli valt de eerste piek: het dunnen. Dat is de periode waarin we alleen de beste peren aan de boom laten doorgroeien. Half augustus begint een periode van ongeveer zes weken waarin we oogsten. Veel werkzaamheden verrichten we met eigen mensen of we huren specialisten in, bijvoorbeeld voor de snoei. Alleen in de zomermaanden huren we tijdelijk versterking in.
We hebben twee certificeringen waarmee we onze zorg voor het milieu willen benadrukken: GlobalG.A.P., een kwaliteitssysteem voor de primaire sector waarmee we onze aandacht voor voedselveiligheid aantonen en Nature’s Choice, een norm van de Britse supermarktketen Tesco die ons de mogelijkheid biedt om ook de Engelse markt te leveren.
De consumptie van peren maakt momenteel ontwikkeling door. Ik vind het belangrijk dat we daar in onze marketing goed op inspelen. Mijn vader is een klassieke peer-consument. Hij wil ‘m niet te hard, makkelijk schilbaar, het sap moet langs z’n mesje lopen. Maar mijn zoon eet al begin juli een peer. Hij wil ‘m juist hard, knapperig. Ik snap dat wel. De jeugd wil geen geklieder en een peer makkelijk tussendoor eten. Er is dus een dubbele doelgroep voor ons product: de klanten die er de tijd voor nemen en lekker gaan zitten voor een peer en de groep die een peer als een soort gezonde snack eet. Overal en altijd.
Een Conference peer groeit het beste tussen Amsterdam en Parijs. Hij moet tijdens z’n groei de zee kunnen ruiken.